Kankeronderzoek

Ik zal er maar niet omheen draaien: ik geef geen geld aan de kankerbestrijding. En ik sponsor ook geen mannen of vrouwen die moeizaam zes keer een berg op en af fietsen. Ik doe niet mee aan dure diners of opgeschroefde veilingen als de opbrengst voor kankeronderzoek is. Dat is niet, omdat ik denk dat er teveel aan de strijkstok van de fondsenwervers blijft hangen. Of dat er te weinig toezicht is op het kankeronderzoek. Natuurlijk, er zal wel eens wat mis gaan met de strijkstok of de controle. Maar mijn vertrouwen in de goede bedoelingen van de gemiddelde mens (fondsenwerver, onderzoeker) is groot. Anders heb je geen leven.

Waarom doneer ik dan niet? Dat zal ik proberen uit te leggen.

Er is de afgelopen jaren ongelooflijk veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de oorzaken en achtergronden van kanker. Onderzoek naar de genetica van kanker, naar hoe kankercelen waarheen kanker uitzaait, naar factoren die de groei van een tumor kunnen tegengaan, naar de inzet van ons eigen immuunsysteem tegen kanker; je kunt het zo gek niet bedenken, of er is en wordt onderzoek naar gedaan. Elk onderzoek levert een nieuw inzicht op. Helaas is zo’n inzicht negen van de tien keer negatief: het blijkt toch anders in elkaar te zitten dan de wetenschapper had verwacht of gehoopt. Negen doodlopende wegen, waarbij je niet te veel waarde moet hechten aan het aantal van negen. Het kunnen er ook 99 van de honderd zijn. Eén op de tien keer (mutatis mutandis) lijkt het erop dat er een weg is ingeslagen die een volgende onderzoeksstap rechtvaardigt. Omdat dat zo weinig voorkomt, wordt zoiets dan al gauw een “doorbraak” genoemd. Maar welke volgende stap moet de wetenschapper zetten? Hij of zij kan al gauw weer tien verschillende wegen inslaan. Waarvan er weer negen zullen doodlopen.

Kortom, veel nieuwe inzichten, maar nog veel meer nieuwe vragen. Onze kennis over kanker is enorm toegenomen, maar dat leidt vooral tot het besef dat we oneindig veel nog niet begrijpen. Misschien dat er door een gelukkige samenloop van omstandigheden, het juiste genie op de juiste plaats (je kunt het ook toeval noemen, of serendipiteit) opeens een echte doorbraak ontstaat, vergelijkbaar met de ontdekking van vitamines of antibiotica. Maar waarschijnlijk is dit niet. Kankers blijken onnoemelijk veel gecompliceerder in elkaar te zitten dan gebreksziektes of infectieziektes. Kanker heeft te maken met de meest delicate details van leven, ontwikkeling, groei, veroudering en dood. Net zoals het een illusie is om veroudering te stoppen of om het eeuwige leven te verwerven (gelukkig maar!) is het een illusie om kanker te genezen. Financieel en economisch gezien is kankeronderzoek een bodemloze put.

Ondertussen is het natuurlijk wel degelijk reuze interessant, alles wat we te weten komen over kankerprocessen, juist omdat die zo essentieel zijn voor onze kennis over het leven zelf. Ik herken de nieuwsgierigheid van de wetenschapper die hongert naar kennis. Alleen, als we dan toch geld uitgeven, dan vind ik het belangrijker om dat te steken in op de hele mens gerichte hulp in de laatste fase van het leven en in goede, zo nodig palliatieve zorg dan in het bevredigen van mijn en andermans nieuwsgierigheid.

Dit bericht is geplaatst in De dokters en wij. Bookmark de permalink.

3 reacties op Kankeronderzoek

  1. joke schreef:

    De wetenschapsbeoefening is een belangrijk onderdeel van onze cultuur. Bevredigt onze nieuwsgierigheid en behoefte aan inzicht. Kan ook nuttig zijn en leiden tot vooruitgang. Daarnaast zou iedereen een onderzoekende levenshouding moeten hebben, vind ik.

  2. peter Hein schreef:

    Goed stukje.Persoonlijk denk ik dat vooral de overheid moet doneren, maar onderzoek moet toch wel gedaan (kunnen) (blijven) worden?

  3. Lenny Molle schreef:

    Dit is me uit het hart gegrepen!!!

    Super sterk deze keer.

Reacties zijn gesloten.